NL case study: Arnhem de markt verleiden tot duurzame aanbiedingen

Auteur: Jos Verweij, stedenbouwkundige en eigenaar van ‘De Vrije Ruimte’, senior adviseur voor de gemeente Arnhem

PILOT AREA ‘VELD 3’ WITHIN THE LARGER RESIDENTIAL DEVELOPMENT ‘SCHUYTGRAAF’ FOR THE GROTE BOEL DEVELOPMENTIn de stad Arnhem is een compleet nieuwe woonwijk in aanbouw voor 20.000 inwoners: Schuytgraaf. Voor de tweede fase van deze ontwikkeling werd de beslissing genomen om de focus en de marktgerichtheid in de richting van een duurzame woonwijk te herzien, het nieuwe merk voor het gebied. Een pilot werd gestart voor een kleiner gedeelte van ongeveer 140 woningen, ‘Veld 3’. De pilot is gebaseerd op een geheel nieuwe benadering waarin de markt zal worden geactiveerd en ‘verleid’ tot aanbiedingen te presenteren die aan een reeks ambities voldoen op duurzaamheid en slechts een paar ruimtelijke condities in plaats van traditioneel een groot aantal precieze voorwaarden. Een zogenaamde ‘Ambition document’ werd gecomponeerd voor de ontwikkeling van deze wijk, met nadruk op duurzame ambities op:

  • energie (warmte en elektriciteit)
  • water en groen
  • mobiliteit
  • duurzaam gebruik (flexibiliteit).

Ook werd een toolbox gepresenteerd met (innovatieve) oplossingen die aan deze ambities voldoen. Inschrijvingen met de beste scores op deze ambities worden uitgenodigd om delen van deze pilot-gebied te ontwikkelen. De nadruk ligt op initiatieven van de ontwikkelaars, maar ook op woningcorporaties en particuliere initiatieven (self-constructie). Na een marktconsultatie, om te zien of deze nieuwe aanpak zal werken, is het ambitiedocument goedgekeurd door de gemeenteraad (juli 2015). Een belangrijke kwestie is de vraag of er behoefte is aan een (verplichte) aansluiting van het proefgebied aan het bestaande stadsverwarmingsnetwerk. Aan de ene kant is dit naar schatting een nogal duurzame oplossing (70% minder koolstof uitstoot als gevolg van het hergebruik van warmte geproduceerd door de afvalverbrandingsinstallatie), aan de andere kant benadrukken een aantal particuliere ontwikkelaars hun voorkeur om hun eigen keuzes in oplossingen voor verwarming te maken.

 

Translated from the final SUSREG report, page 11.

NL case study: Nijmegen, verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en het energieverbruik

Auteur: Maarten van Ginkel, planner duurzame ontwikkeling, Nijmegen

case study nijmegen 4De Grote Boel maakt deel uit van een groter gebied dat door de stad Nijmegen is aangewezen voor uitbreiding. Het ligt ten noorden van het centrum, aan de noordkant van de rivier de Waal. De locatie is op het concessiegebied van een stadsverwarming. De warmte voor dit systeem wordt gegenereerd door de afval verbrandingsinstallatie in het zuid-westen van Nijmegen. Andere nieuwbouw ontwikkelingen en bestaande woongebieden worden ook aangesloten op het systeem. De gemeente Nijmegen heeft een energie-strategie voor de stad geformuleerd, genaamd Power to Nijmegen, waarvan het doel is om nul fossiele energieverbruik te bereiken in 2045.

case study nijmegen 3Tijdens de case study werden de oorspronkelijke stedenbouwkundige plannen voor het gebied Grote Boel geëvalueerd met de GPR Stedenbouw tool. Oorspronkelijk was de planning gericht op landschapsontwikkeling. Aan de randen van het nieuwe gebied was begroeiing gepland en verwarming zou worden geleverd door stadsverwarming. Na evaluatie van de case study met de GPR tool, tonen de resultaten aan dat de focus op de ontwikkeling van landschap loont met de hoogste prestaties op het thema Gebruikskwaliteit. Door de economische crisis is de vraag naar nieuwe huizen tijdelijk verlaagd, waardoor een vertraging in het ontwikkelingsproces van de Grote Boel veroorzaakte. Maar dit bood ook de gelegenheid om het plan opnieuw te evalueren met GPR Stedenbouw en verschillende scenario’s voor deze ontwikkeling te evalueren:

  • integratie van duurzame energie,
  • leefbaarheid en de flexibiliteit van het plan,
  • plaatsing van groene ruimten en,
  • verkeersstructuur geoptimaliseerd voor fietsen.

case study nijmegen 1

Het resultaat van de evaluatie van die scenario’s was een aangepast plan met een sterkere nadruk op het gebruik van de fiets, een betere balans in de groene ruimten en een hogere kans op succes voor de uitvoering van de ontwikkeling zoals gepland. Duurzame energie is meer in het stedenbouwkundig ontwerp geïntegreerd. De verbeterde focus op duurzame ontwikkeling in het project trok ontwikkelaars van nieuwe bouwconcepten, zoals GB4All die 60 woningen zal bouwen in een bijna nul-energie-concept en overtuigde de traditionele ontwikkelaars zoals Heijmans Bouwbedrijf ook de markt 0-energie-woningen in de Grote Boel ontwikkeling. De visualisatie van de prestaties van het gebied heeft ook geleid tot een verbetering van de samenwerking tussen deskundigen (energie-experts in de stedelijke planning). Het gaf de mogelijkheid om de gelijkenis van de problemen vast te stellen die moeten worden opgelost in andere stadsontwikkelingen, wat leidt tot een nauwere samenwerking met de naburige stad Arnhem.

case study nijmegen 2

Translated from the final SUSREG report, pages 9-10.

NL case study: Vergeet niet de bijdrage van de ondergrond!

Auteur: Brenda Schuurkamp, milieuspecialist, ODMH, Nederland

case study midden nederlandWat de regio Midden Holland betreft, is het gebruik van de ondergrond, bijvoorbeeld het gebruik van warmte koude opslag, een van de methoden om de Europese 20-20-20 doelstellingen te bereiken. Helaas, ruimtelijke planners en projectontwikkelaars beschouwen het gebruik van deze energiebron van nature niet als vanzelfsprekend. Gebrek aan kennis en een angst voor te hoge kosten veroorzaakt onder andere dat vastgoedontwikkeling wordt uitgevoerd met niet meer dan de minimale eisen voor duurzaam bouwen van het Bouwbesluit. Helaas, deze bevat geen verplichting om duurzame energiebronnen te gebruiken.

De focus van het project ligt dus op de beschikbaarheid van informatie voor en bewustwording bij ruimtelijke planners en ontwikkelaars. Hoe zorgen we ervoor dat het gebruik van duurzame energiebronnen in bijvoorbeeld de bouw en renovatie worden opgenomen in de ruimtelijke planvorming? Is uitgebreide kennis van alle duurzame energiebronnen en de ondergrond een noodzaak bij het werken in de ruimtelijke ordening? Hoe kunnen verschillende actoren samenwerken en er het beste van maken? Deze vragen werden behandeld in de regio Midden-Nederland. Een handleiding over ruimtelijke ordening, vastgoedontwikkeling en duurzame energie (alleen beschikbaar in nederlands) is ontwikkeld om planners te helpen in 3D te denken. Het document bevat een kaart van energiepotentieel. Op deze kaart worden gebieden aangegeven waar in de komende 10 jaar ruimtelijke ontwikkeling zal plaatsvinden. De gebieden die zijn gekoppeld aan mogelijkheden voor verschillende energiebronnen en juridische mogelijkheden en obstakels. Zes fasen in de ruimtelijke ordening worden gedefinieerd; het initiatief, onderzoek, planning, uitvoering, het beheer en de sloop fase. Voor elke fase worden een aantal tips gegeven. Bijvoorbeeld in de initiatieffase de volgende tips:

  1. Definieer de ambitie om duurzame energiebronnen te gebruiken voor een bepaald, redelijk percentage, maar niet te specifiek op de energiebronnen die worden gebruikt. De precieze details zullen in een latere fase worden voltooid.
  2. Begrijp dat er veel financieringsmethoden zijn. De methode ‘total cost of ownership’ creëert andere mogelijkheden dan de gebruikelijke wijze van financiering. Ook in andere fasen kan een andere manier van financiering leiden tot nieuwe en meer duurzame oplossingen.

Bij het gebruik van warmte-koude-opslag (combinatie pomp) wordt 1,000-1,200 kg CO2-uitstoot verminderd. De emissie van een combinatie pomp is ongeveer 1,200-1,600 kg CO2, terwijl reguliere verwarming op gas een uitstoot van 2.800 kg CO2 kent.

Kies de duurzame energiebron of een combinatie van energiebronnen die het meest geschikt is voor het gebied. Vergeet niet om de verschillende spelers te betrekken om tot het beste resultaat te komen. Er zijn een paar gebieden in de regio Midden-Nederland waar warmte-koude opslag niet is toegestaan, terwijl deze gebieden als beschermd grondwatergebied worden benoemd. Het water in deze gebieden wordt gebruikt voor drinkwater. Vergeet nooit dat er een heel scala aan duurzame energiebronnen zijn.

MAP OF ENERGY SUPPLYConclusies uit de KAART:

  1. Vanwege de hoge-energie-eisen zijn de (geplande) kas gebieden het beste geschikt voor geothermische bronnen.
  2. De relatiev ondiepe freatische aquifer (0-60 meter diep) is in het grootste deel van de regio gereserveerd voor kleine (gesloten) warmte-koudeopslag systemen (woonwijken) en andere toepassingen van de ondergrond. De diepere freatische aquifer (60 meter en dieper) kan worden gebruikt door de grotere warmte-koudeopslag systemen (kantoren, ziekenhuizen en industriële gebieden).
  3. Zonne-energie is een goede optie in de bestaande woonwijken.
  4. De grotere molens zijn toegestaan in een gebied in de gemeente Waddinxveen. Kleinere windmolens zijn toegestaan in meer gebieden, maar zijn niet altijd voldoende voor de energiebehoefte van de totale ontwikkeling woonwijk.
  5. Een combinatie van warmte-koude opslag en zonnepanelen is een zeer goede manier om een hogere duurzaamheid doelen te bereiken.
    De vraag blijft hoe ervoor te zorgen dat de handleiding, de kaart en de tips worden gebruikt in de ruimtelijke planvorming. Een belangrijke les is dat de invloed van de wethouder niet mag worden vergeten. De vroege betrokkenheid van deze wethouder zal ervoor zorgen dat de vernieuwde aanpak kan plaatsvinden. Een andere belangrijke les is, dat informatie aan potentiële kopers niet te onderschatten is. Ook de technologie voor duurzame energie ontwikkelt zich zeer snel, dus niet al te veel details moeten van tevoren worden gedefinieerd. Laat het maar aan de markt over, maar communiceer (gemeenten, projectontwikkelaars, toekomstige kopers, etc.) samen over de mogelijkheden. Realiseer je dat kopers in de huisvestingsmarkt niet zo goed op de hoogte zijn als u misschien denkt. Het is essentieel om de toekomstige kopers voldoende informatie over de mogelijkheden te leveren om de (gemeentelijke) doelen van CO2-reductie te bereiken. In een vroeg stadium mogelijkheden verkennen, goede communicatie en kennis zullen bijdragen aan een optimaal gebruik van de ruimte en duurzame energiebronnen.

 

English summary

 

Translated from the final SUSREG report, page 12, 13.

Energierijke Stedenbouw – foto’s en filmpjes workshop

Graag delen we met u de presentaties, een aantal foto’s en filmpjes van de SUSREG workshop Energierijke Stedenbouw, die 11 maart 2015 plaatsvond in het Vergadercentrum Domstad in Utrecht.

Programma

12.30 – 13.00Ontvangst met lunch
13.00Opening
13.10Europese lessen, David Stuik ISOCARP – download presentatie
13.25Utrecht, een voorbeeld naast de deur, Arno Harting Gemeente Utrecht – download presentatie
13.45Keynote Jacqueline Cramer: Energietransitie in de praktijk, barrières en kansen
14.30 –16.15Werkrondes
16.15 – 17.00“Wat neemt u mee?” & Afsluiting

Foto’s

P1030751P1030760
P1030750P1030761
P1140927P1030759

Filmpjes

Evaluatie workshop Energierijke Stedenbouw – 11 maart 2015


U heeft op 11 maart deelgenomen aan de workshop Energierijke Stedenbouw. We zijn benieuwd naar uw mening over deze workshop en wat u heeft meegenomen ten aanzien van uw huidige werkzaamheden. We vragen daarom een paar minuten van uw tijd om onderstaande vragen te beantwoorden.

* indicates required field








Summary masterclasses NL: City and regions – Sustainable Regions

MUAD SUSREG workshopsThe Master of Urban & Area Development (Muad) organized two open classes in Deventer and Utrecht. Three speakers presented their experiences within the European SUSREG project. A summary.

 

Differences between countries in urgency, control, regulation and scale

Esther Roth from  W/E Consultants is project leader of the  SUSREG project. She considered the projects in the six participating countries: Czech Republic, Cyprus, Spain, Italy, Denmark and  the Netherlands. Her most important conclusion: Outstanding are the differences between the countries. Not so much in technique, for that is the same everywhere but, especially in urgency, control, regulation and scale.

Strong coal industry in Czech Republic

For example, in the Czech Republic the coal industry is still in full operation; the urgency to get going with renewable energy is yet scarcely felt. However, they also don’t undergo the dialectics of leads. For example the renovation of a block of houses in the Czech city of Bronx the ambition is to renovate immediately to the level of passive houses.

Car traffic in Cyprus bigger problem than renewable energy

There is also no urgency in Cyprus for more sustainability.  The most important problem in Cyprus is the car traffic, with negative consequences like (emissions, noise, parking problems, congestion) and at  the same time each household forced several cars. People are very attached to the freedom of the car. Therefore an awareness campaign is started.

As already mentioned control and regulation differ widely. In some countries such as the Czech Republic and Cyprus, there is hardly a national sustainability policy. In the other countries they have national regulation but, the manner of control / regulation varies. In Italy, for example, one can enforce sustainability with national regulations. In the Netherlands, however, local initiatives for wind turbines do not succeed due to a (perceived) lack of support or conflicting municipal and provincial interests. This threatens the viability of national targets.

Poject Denmark most ambitious

Regarding the scale of the projects in the Czech Republic and Spain these are especially inserted locally. In some countries projects are more regional of nature and the most ambitious is the project in Denmark.  The project  is a collaboration between 29 municipalities in the Greater Region Copenhagen. These 29 municipalities are  working together for a shared vision to create an energy neutral area. The use of local measures, such as solar panels, heat pumps and home insulation is not sufficient to make the region energy neutral.

Important conclusion of Esther Roth is that regional cooperation is necessary, to enable for example the development of wind farms and biomass plants.

Generating energy needs space

The contribution of Jos Verweij of the Municipality of Arnhem, fits well into this conclusion. He represents the City Region Arnhem-Nijmegen, one of the two Dutch participants of the SUSREG project. His proposition is: generating energy needs space and keep this in mind in spatial plans. In his presentation he works this out for different scales: building, district, city level and for the regional level. He shows if you want to make a region truly energy neutral, you must take appropriate measures at all levels. You have to be able to switch between scales and last but not least, there have to be collaboration between all levels.

With this proposition in mind a workgroup of both municipalities has mapped what it takes for the region to become energy neutral in 2050. In addition to energy savings, this means a task of 56.1 PJ of renewable energy generation through wind, solar, biomass and waste heat from the heat networks (district heating).

A task equal to 377 wind turbines of 3 MW / unit, harnessing all roofs for solar energy and 8 km2 solar fields and biomass cultivation in backlands and in floodplains.  After this the workgroup started to look how this spatially could be implemented.  Brainstorming in this way it did become clear that each municipality could never achieve this individually. One of the ideas was to use the route of the A15 to create a corridor with wind turbines (instead of dispersed locations) and for biomass cultivation. Another one was to link the heat networks of Arnhem and Nijmegen. The latter has now happened.

Spatial planning in conjunction with topsoil and subsoil

TFigure Energy Preferred Cardhe third presentation was of Brenda Schuurkamp of the ODMH, a statuary (environmental) organization for municipalities. The ODMH is a partnership of 10 municipalities around Gouda, in the area Midden-Holland. Her message is: Spatial planning should obvious be done in conjunction with topsoil and subsoil. Her organization has mapped potential feasibilities for different forms of energy such as underground thermal storage (open and closed systems) and (deep) geothermal energy. Subsequently, these feasibilities are linked to plans for housing, business and horticulture. The latter sector has much need of heat and is therefore very suitable for sources of geothermal energy. See figure Energy Preferred Card

By working together in an early stage in decision making about land use plans, decision makers  could bring forward in an early stage the potentials of geothermal energy in that specific area. This already is taking place in a number of cases. The most important thing what is missing, is the lack of knowledge about the possibilities of utilization of geothermal energy. ODMH has already  made a manual with tips how to take along with renewable energy in the different phases (from initiative to demolition phase) of planning. These tips are very broad and cover financing, construction, communication channels, performance agreements, administration and control and reuse of materials.

Case study 1 – Nijmegen railway station area

The Arnhem-Nijmegen City Region (SAN) in the Netherlands will analyse the development of the Nijmegen railway station area and investigate the options for renewable energy use and sustainable building issues.

Nijmegen stationThe case study supports the new policy approach which is being developed in the Arnhem-Nijmegen City Region (the so-called ‘Green Agreement’). In April 2013, municipalities, social housing organisations and the building industry will sign an agreement which commits them to a structured process approach of sustainable building and sustainable spatial development by using common design and decision support tools (GPR Sustainable Buildings and GPR Sustainable Urban Planning). In this case study, the municipality of Nijmegen will investigate the options for renewable energy use and sustainable building issues with stakeholders and set targets for the area by using the planning tool. The municipality will also involve more experienced municipalities to exchange lessons learnt in previous projects, concerning the actual integration of sustainable energy and sustainable building in the planning as well as the safeguarding of ambitions during the actual implementation of plans. The case will also be evaluated at a higher level, by the steering committee of the ‘Green Agreement’ and will thus contribute to a structured approach for the whole city region.

Case study 2 – Arnhem-Nijmegen City Region

The case study in the city of Arnhem will support the new policy approach which is being developed in the Arnhem-Nijmegen City Region and involves many stakeholders (please refer to case 1).

stadsregioThe city of Arnhem will work on the implementation of the new structure vision for the city which focuses on the links between energy and spatial policies in future urban transformations, e.g. the renewal of urban districts dating from the 70’s and 80’s. The city of Arnhem is investing new policies and developments concerning sustainable energy and spatial development. The new structure vision for the city presents new city-wide principles for geothermal energy and puts forward a future agenda focusing on new links between energy- and spatial policies:

  • spatial implications have to be elaborated in a new city-wide energy-strategy (the new city-wide energy-strategy is currently in development);
  • realisation of ambitious energy-efforts in future urban transformations, e.g. the renewal of urban districts dating from the 70’s and 80’s.

In these future activities the municipality intends the application of mapping tables, GIS-supported interactive drawing tables. The case will also be evaluated at a higher level, by the steering committee of the ‘Green Agreement’ and will thus contribute to a structured approach for the whole city region.

Case study 3 – Midden-Holland Region

Municipalities have asked ODMH to make a regional plan for the underground, in which focus should be given to all possibilities of underground energy-systems, in relation to other underground uses and related to above ground uses and plans.

odmhUnderground thermal storage is one of the most often used sustainable energy options for buildings in the Netherlands. Underground aquifers are used to store excess heat in the summer for utilization in the winter. It can also supply cooling demands for larger buildings. This technology has a large potential for replication and particular interest as we try to evolve towards “zero energy” concept for buildings , which in many cases cannot be achieved at single building level  (for example because of solar access or historical preservation issues). As a result more and more building sites want to make use of this resource. This is starting to cause conflicts of interest between parties, and also between use of underground for thermal storage and for other purposes as well as conflicts with environmental quality demands (ground water protection, drinking water supply, soil protection, soil pollution risks). Therefore a special underground plan should ensure that this resource is utilized in the most efficient way in future developments.  Such a regional plan for the underground can be viewed as a very good, innovative extension to traditional urban planning, which is focused on the on the earth’ surface.

Municipalities have asked ODMH to make a regional plan for the underground, in which focus should be given to all possibilities of underground energy-systems, in relation to other underground uses and related to above ground uses and plans. It is expected that this approach will be useful for many more regions which have a potential for underground thermal storage. In the Netherlands this are quite a lot of regions, and there will undoubtedly be regions in other countries as well. This means the replication potential of this case study is quite high.

Together with involved civil servants and third party stakeholders the two maps (under and above ground) will be reviewed, up-dated and integrated. In the meantime the relevant stakeholders will be identified and involved. The concept 3D map will be explained to end discussed with the management and councils of the regional municipalities and the board of the regional institute. Based on the comments improvements will be made. The plan will be officially established by the regional board and by the different municipality boards. Furthermore ODMH will offer its expertise to other SUSREG project partners and also regions that would like to learn about this concept.

ODMH

Background: Municipality of Zuidplas

Objectives

  • Layer planning; use of (sub)soil in spatial planning
  • Creation of new insights in soil energy projects
  • Creating maps of the subsoil
  • Educate e.g. spatial planners and city councils

Challenges

  • Links with national plans: Governmental objectives on use of subsoil and energy transition